Bhutan, het land van de Donderdraak, kent geen uitgesproken theetraditie. Toch wilde ik er graag naartoe, omdat Bhutan in Azië bekendstaat als een land waar mensen in grote harmonie leven met elkaar en met hun omgeving. Ik wilde dat zelf ervaren, en ik kan bevestigen dat Bhutan voor mij tot nu toe het meest harmonieuze theeland is dat ik heb bezocht.
Die indruk wordt gevoed door de overweldigende schoonheid van de natuur, de uitzonderlijk zuivere lucht, de stijlvolle traditionele klederdracht (de gho en de kira), het rustige levensritme, het beperkte aantal inwoners — ongeveer 750.000 — en de rijke boeddhistische geschiedenis. Ook het eten, met duidelijke invloeden uit Tibet en India, is bijzonder smaakvol.
Wat thee betreft is Bhutan een bescheiden speler. Hoewel er in het land al langer thee wordt gedronken, vooral in de vorm van traditionele boterthee, is de productie van Camellia sinensis-thee beperkt en relatief jong. In het begin van de twintigste eeuw werden, in de context van de Britse aanwezigheid in de regio, theeplanten en teeltkennis vanuit Brits-India in Bhutan geïntroduceerd. Deze initiatieven leidden echter nooit tot een brede of diepgewortelde theecultuur.
Tijdens mijn reis ontdekte ik in Trongsa een bijzondere theecoöperatie van 35 vrouwen, die onder leiding van Rencheng en Kingzang biologische en ambachtelijke thee produceren — twee aspecten die voor mij van cruciaal belang zijn. Dat de thee biologisch is, lijdt weinig twijfel, maar het ambacht is nog recent. Desondanks is deze theecoöperatie een prachtig initiatief. Ze wordt ondersteund door de overheid en biedt vrouwen in een agrarische omgeving de kans op een aanvullend inkomen. Dat is prachtig!

